09 februari 2026

Mospissebed (onscherp)


Als eerste beestje dit jaar kwam ik deze mospissebed tegen. De foto is onscherp, jammer genoeg want het ziet eruit als een mooi getekend beestje, maar dat komt omdat ik bij het fotograferen onderbroken werd door drie vrolijk groetende medetuiniers op een rijtje, die net zo enthousiast waren over het onverwachte mooie weer als ik. Toen ik opnieuw door de knarsende knieën ging om de sessie te hervatten voor een betere foto was het model alweer in de strooisellaag verdwenen. Nergens meer te vinden. Het zijn snelle lopers, las ik in de boeken. En beschikt over meerdere puntoogjes dus had mij natuurlijk ook in de smiezen. Zodoende alleen deze onscherpe foto. Maar, lees ik ook, het is een algemeen voorkomende soort, dus een herkansing ligt voor de hand.

 

07 februari 2026

Voorboden


Okay, ik geef het toe, ik heb ze met een lampje moeten zoeken, maar ze waren er dan toch. De eerste voorboden van de lente. Naast de zon, die vanmiddag genadiglijk scheen. Speenkruid, groot ereprijs, paarse dovenetel en het madeliefje. In bloei. Bescheiden, maar toch. Het begin is er. Verder zag ik zwellende knoppen aan de braam, de zwarte els, de kastanje. Ik zag her en der de groene vingers van narcissen en hyacinten boven de grond uit komen. De Gunnera begint onder zijn winterdekentje al uit te lopen. De smeerwortel, de cichorei, het longkruid, de overblijvende ossentong, kaardebol, st Jacobskruiskruid.. het heeft er allemaal weer zin in. Net als ik.

25 januari 2026

ZT (Mixed media, 2026)


Het blijft maar januari. Er komt geen einde aan, lijkt het wel. Heel soms trek ik de stoute laarzen aan en neem een kijkje op de tuin, maar erg lang blijf ik er dan meestal niet hangen. Het is er koud en ja, troosteloos, toch wel een beetje. Terwijl ik er juist kom voor troost. Maar goed, je moet er wat van maken. En, je bent kunstenaar of niet, vandaag was dat deze tijdelijke mixed media installatie van een terracotta bloempot, een aardewerken schaal en ijs.

16 januari 2026

Afgezant


Eigenlijk was ik iets anders aan het doen. Eigenlijk moesten er andere dingen gebeuren. Best wel veel andere dingen, ook nog. Maar opeens tikte de zon tegen het zolderraam waarachter ik mijn best zat te doen. Wenkte de blauwe lucht. Zag het er buiten zowaar buitengewoon aangenaam uit. En dat na wat zo hardnekkig voorafging. Sneeuw, ijs, regen. Grijs januarichagrijn. Dus ik dacht: ik zou ook wel gek zijn om hier binnen een beetje mijn best te zitten doen, terwijl buiten de lente begint. De dingen wachten wel, dacht ik, dat doen ze immers altijd. Ik besloot naar de tuin te fietsen, en vandaar een rondje te lopen. Frisse neus. Wind in het haar, zon op de bol. En verdomd, ja hoor, de lente hing in de lucht. Duidelijk. Je voelde het aan alles. Je rook het in de lucht, je hoorde het aan de vogels. Je merkte het aan het opgetogen gevoel in je borst. En ter bevestiging van dit alles stak op de tuin de eerste hyacint haar groene vingers boven de grond. Een afgezant van wat komen gaat.

12 januari 2026

Min of meer opgebeurd


Tja, het is winter, het is januari, dus wat heb je te zoeken op de tuin. Zou je zeggen. Is ook zo. Maar ik ging toch. Eerder deze week was ik er al om te zien welk winters tafereel de sneeuw er had opgeleverd. Dat was leuk. Mooi. Feeëriek. De sneeuw zo ongerept glooiend dat ik mijn eigen tuin nauwelijks durfde te betreden. Knerpende voetstappen. Sporen van hazen en vogels als enige tekenen van leven. Wat vorige week nog groen was en de sombere kou leek te trotseren lag nu slap en futloos ter aarde, voor zover het niet onder de sneeuw was verdwenen. De kale boompjes hielden zich dood, de overgebleven pittoreske skeletten van kaardenbol, boerenwormkruid en aanverwanten waren het ook echt. Maar ach, de wonderdeken van sneeuw maakte veel goed.
Vandaag was ik er weer, als tussenstop op een van mijn opbeurend bedoelde ochtendwandelingen. De wonderdeken was grotendeels gesmolten en had plaatsgemaakt, zoals te verwachten viel, voor enorme hoeveelheden water. De greppeltjes stonden vol tot de randen, veel paadjes waren in stilstaande wateren veranderd, zo goed als enkeldiep. Wat van onder de sneeuw tevoorschijn was gekomen viel zeker niet opbeurend te noemen. Zwarte, zompige smurrie waarvan het moeilijk te geloven is dat dat straks allemaal weer frisgroen en bloeiend tot leven zal komen. Januari, het is niet mijn favoriet seizoen. Maar toch.. Daar vloog een groene specht voor me uit. Een roofvogel maakte een indrukwekkende glijvlucht over het complex, hele wolken kleinere vogels opschrikkend. Het was een valkje, dacht ik. Maar misschien was het zelfs wel een havik, dacht ik ook. En verderop, ver buiten het aanvaardbaar bereik van de telefooncamera, zat een kramsvogel de tijd te verbeiden. En zo ging ik dan toch min of meer opgebeurd naar huis. Tijdelijk in elk geval. Want het blijft januari.

06 januari 2026

Een piepklein beetje woest


Tja, wat moet je ervan zeggen. Sneeuw. Het is schitterend natuurlijk. Wat moet je anders zeggen? Wat kún je anders zeggen. Ik ging vanochtend, voor het eerst dit nieuwe jaar, dan toch maar eens even poolshoogte nemen. Kijken hoe de tuin erbij lag, onder de winterse deken. Schitterend dus. Zo goed als ongerept, op wat kriskras lieve hazensporen na. De haastige voetstapjes van wat wel ratten zullen zijn. Kraakheldere lucht erboven, de dode en schijndode silhouetten van wat hier en daar nog staat of stond scherp afstekend tegen het verblauwend wit. Alle potten een bolle muts, het meanderend greppeltje een miniatuur ravijn. Lieflijk, en een piepklein beetje woest. Schitterend inderdaad. Zonder meer. En een beetje vorst helpt allicht de slakkenstand voor komend seizoen wat in toom te houden, dat is ook mooi meegenomen. Toch hoop ik dat het ook weer niet al te lang hoeft te duren. Sorry.

22 december 2025

Ze houden je in de gaten


Helemaal zeker weet ik het niet, er is geen officiële telling aan voorafgegaan, maar ik vermoed dat de ekster wel eens de meest voorkomende vogel op het complex zou kunnen zijn. Je ziet ze overal, je hoort ze overal en altijd. En wat het mooie is, ze zien jou ook altijd. Ze houden je in de gaten.
Van de week had ik een krentenbol mee naar de tuin, je krijgt wel eens honger, van al dat werken, van al die frisse buitenlucht. De krentenbol lag in een zakje op mijn tafeltje te wachten tot ik er trek in kreeg. Maar dat was dus te laat. Want toen ik bedacht dat ik wel een krentenbolletje zou lusten, lag het zakje al op de grond, de krentenbol er half uit getrokken en behoorlijk aangevreten, achter mijn rug. Een eindje verderop zat een ekster zeer nadrukkelijk net te doen alsof ie van niks wist. Zijn naam was haas. Maar ondertussen wel met een leep half oog op mij, en m'n krentenbol, die ik beteuterd had opgeraapt maar die ik nu natuurlijk niet meer op ging eten, je weet maar niet, met de rondwarende vogelgriep. De minister zegt er is geen gevaar voor de volksgezondheid, dus dan is het oppassen geblazen, wat mij betreft, zeker met deze minister.
Ik stak de krentenbol, of wat er van over was, op een hoge stok en ging op enige afstand staan afwachten hoe de zaak zich zou ontwikkelen. Dat de zaak zich zou ontwikkelen was wel zeker, eksters zijn slimme en brutale vogels, schreef ik al eerder.
De ekster zat op zijn post en nam de situatie in ogenschouw. De krentenbol op de stok, de man in een leren jas, en even geen andere eksters in de buurt. Geen kapers op de kust. Dit was zíjn krentenbol. Hij berekende zijn kansen. Hij hipte eens wat naar voren. De man bleef staan. Hij vloog eens een stukje dichterbij. De man deed niks. Fladderend van de ene tak naar het andere boompje kwam hij omzichtig en aftastend steeds wat meer in de buurt van de krentenbol. De halve krentenbol. De leren man bewoog niet.
Dan een razendsnelle uitval. In de vlucht zette hij zijn snavel in de krentenbol, scheurde er een stuk af, streek op veilige afstand neer en vrat het op. En weer terug, voor een tweede portie, met iets minder omwegen nu, maar nog altijd gehaast in de vlucht.
Van de man met zijn leren jas had hij niks te vrezen, dat had hij nu wel door, dus voor zijn derde hap landde hij gewoon maar op de krentenbol, om op zijn gemak een wat groter stuk mee te nemen. De vierde keer werd meteen de laatste. Naar de leren man keek hij al niet eens meer. Hij werkte het laatste stuk krentenbol behendig naar de grond, pakte het op en vloog er parmantig mee de bosjes in.
Vanaf mijn post wenste ik hem smakelijk eten.

19 december 2025

Sporen


Ik vind het altijd leuk om sporen van dieren aan te treffen in mijn tuin. Dat geeft me het vrolijk makende, het gelukkig stemmende gevoel dat mijn tuin bewoond wordt. Dat dieren zich verwaardigen mijn tuin uit te kiezen als plek om te zijn. Mijn tuin te vereren met een bezoek. Dat mijn tuin deel uitmaakt van de natuur, hoe bescheiden en ontoereikend dan ook. Ik weet natuurlijk ook wel dat het ze vooral om het vreetwerk te doen is, maar goed, daarin onderscheiden ze zich nou ook weer niet zo heel erg van mensen, zeker niet in deze tijd van het jaar. Dus ik voel me vereerd wanneer ik een drol vind die ik op basis van nader onderzoek aan een egel toeschrijf. Ik vind het leuk om te zien dat mijn bramen geplukt en gegeten worden door vogels. Dat merels een zooitje maken van mijn gekoesterde mosbedjes, op zoek naar de worm. Van de week maakte mijn hart een sprongetje toen ik een gat tegenkwam in de stam van een dood appelboompje, waarvan ik dan dus vermoedde dat dat werd gehakt door de spechten die ik regelmatig zie vliegen. In één van mijn nestkastjes trof ik tot mijn grote vreugde een achtergebleven nestje van een koolmees. Als ik een soort wandelpad door het hoge gras aantref, een soort tunneltje, weet ik: dat is een wissel. Daar loopt een dier over heen en weer te banjeren, van hier naar daar en weer terug. En dat dat dan hoogstwaarschijnlijk wel een rat zal zijn, dat maakt me niet uit. Van een ronde, platgeslagen plek in het gras had ik van de zomer het idee dat dat wel eens de slaapplek van een haas kon zijn. En het sierappelboompje waar ik al eerder over schreef is nu toch ook zo goed als leeggevreten. Overal vind ik de knalrode schilletjes en de gele klokhuisjes die over blijven. En dan vind ik het leuk om te denken dat dat ook het werk is van de kramsvogel die ik gister nog zelfstandig determineerde.

18 december 2025

Mos


Mijn schoonmoeder, toen ze nog leefde, kon enorm tekeergaan over dat verschrikkelijke mos dat als ze niet oplette haar hele gazon overnam. Regelmatig lag ze halve dagen op haar oude knieën om het tuig met een aardappelschilmesje te lijf te gaan. Weg te steken. Uit te roeien. Met wortel en tak. Wat haar overigens nooit lukte, mos heeft wortel noch tak, en als ze zou zien hoe haar gazon, al ruim twee jaar zonder haar zorg, er nu bij lag zou ze zich, als ze niet gecremeerd was, beslist omdraaien in haar graf.
Bij mij werkt het anders. Ik ben dol op mos. Ik kan bijna niet wachten tot het niet uit te roeien kweekgazon dat mijn tuin telkens opnieuw bedekt erdoor wordt overgenomen. Mos is zoveel mooier dan gras. Zoveel vriendelijker, beschaafder. Dat zachte, verleidelijke groen alleen al. Mijn favoriet uitzicht om doorheen te wandelen is een bos waarvan de bodem geheel is bedekt met een zacht golvend uitnodigend mosbed van bijna lichtgevend groen, liefst in stemmig gefilterd zonlicht. Mocht het in mijn tuin ooit zover komen zou ik dat zeker niet erg vinden. Voorlopig moet ik het doen met kleine enclaves zo hier en daar en ben ik bijna beledigd als ik zie dat de merels er weer een zooitje van hebben gemaakt.

15 december 2025

Rattenkeutels


Overigens is niet alles schijnbaar dood of stervende hoor, op de wintertuin. Je moet er even voor door de knieën, maar dit koddig miniatuurplantje trekt zich vooralsnog nergens wat van aan. Wit vetkruid. Sedum Album, voor de Latinisten. Staat trouwens al het hele jaar geheel onopvallend en bescheiden z'n gangetje te gaan, een beetje verstopt achter een steen. Op een steen ook, want daar, lees ik, groeit het graag. Het gedijt op kalkrijke plaatsen als kale wegbermen, langs de rails, op muren en daken. Je ziet het ook wel op de groene daken van woke, extreemlinks elitaire milieudrammers.
De blaadjes zien er een beetje uit als besjes, vind ik zelf. Je kunt je voorstellen welk petsend geluidje ze zouden maken als je ze tussen je vingers stuk kneep. Net als vroeger die wit met roze klapbessen, als je ze op de stoep kapot gooide, of met je blaaspijp tegen de muur schoot. Maar dat ga ik hier allemaal niet mee proberen uiteraard, zonde.
In Utrecht en op Zuid-Beveland wordt het Tripmadam genoemd, lees ik verder. Wat niet alleen de vraag oproept wat Utrecht en Zuid-Beveland verder nog met elkaar te maken hebben, het ligt niet bepaald naast elkaar tenslotte, maar ook wat er gebeurt als je zo'n blaadje tussen je kiezen zou laten petsen. Op Schouwen wordt het Krabbekwaad genoemd, wat ook nogal omineus klinkt in vergelijking met het schattige uiterlijk, maar misschien dat krabben er heel slechte trips op hebben, je weet het niet. Het kan ook te maken hebben met de verzachtende werking die het kruid wordt toegeschreven. Dat je niet meer hoeft te krabben waar het jeukt. In Groningen dan weer, hebben ze het over Schotkruid - toch het petsend geluidje wellicht - of Rattenkeutels. Het is dus maar te hopen dat de rattenpolitie, die deze week door de tuincommissie over ons complex op pad wordt gestuurd om al te rattenvriendelijke tuinders op de bon te slingeren, niet uit Groningen komt.

12 december 2025

In pauzestand


Heel vaak ben ik niet op de tuin, de laatste tijd, zal ik bekennen. Het is er meestal het weer niet voor en de dagen hebben de neiging zich met andere zaken te vullen nu er niks valt te oogsten, te verspenen of te verpotten, te maaien of te redden van de droogte. Je hoort wel eens iets over winterklaar maken maar daar doe ik niet zo erg aan. Dat kan de tuin zelf wel, denk ik dan. En dat heeft ook zeker zijn charme. Alles gaat op zijn eigen manier dood. Verlept, verslijmt of verdroogt, wordt kaal, stort ter aarde en verrot. En zo hoort het te gaan. Het levert een mooie humuslaag op en er leeft van alles in en onder. Gewoon de boel de boel laten is winterklaar genoeg voor mij. En dan zien we van het voorjaar wel weer verder. 
Dat de tuin er precies zo over denkt meen ik ook te kunnen zien, wanneer ik toch mijn sporadisch rondje maak. Aan allerlei bomen en struiken zie ik al de knoppen die over een paar maanden nieuw blad zullen geven. Onder al het bruin en zwart op de grond wacht zichtbaar het nieuwe leven geduldig af. De tuin in pauzestand. Alleen de dotter, die stuurt alvast wat verkenners vooruit om te kijken hoe de zaken er voor staan. Die is niet winterklaar, die is klaar met de winter.

01 december 2025

Levensweg (vrnl)

 

Erg veel insecten zie je niet meer op de tuin, deze dagen. Niet als je er niet echt naar op zoek bent in elk geval. Bij Renze Borkent lees ik dat hij nu volop springstaartjes tegenkomt in zijn bemotregende tuin, op en onder de halfvergane herfstbladeren. Maar goed, dat zijn beestjes van soms nog geen millimeter. Daar moet je wel echt op uit zijn. Als je al wist dat ze bestonden. Als je al onthouden had dat die bestonden, want in zijn boek, dat ik las, had hij het er ook al over. Dat is voor gevorderden. Al zal ik niet ontkennen dat, nu ik dit weet, ik deze week hoogstwaarschijnlijk ook mijn geluk eens zal beproeven, onder mijn halfvergane herfstbladeren. Maar goed, afgezien van de pissebedden en de wurmen in de compostbak en de slapende larven in het bijenhotel, in diverse gallen her en der en in de bodem natuurlijk, geen insecten. Wel sporen van insecten. Bij het snoeien van de braam kwam ik dit blad tegen waarin een bladmineerder zijn levensweg had afgelegd. Een beestje zo klein dat het in het blad leeft, tussen boven- en onderkant. Om zich in een paar dagen tijd door het bladgroen de weg naar volwassenheid te vreten en het blad als vliegje of wespje te verlaten. Wonderlijk. En grappig dat je inderdaad kunt zien dat hij al vretend gaandeweg steeds groter werd, van rechts naar links. 

30 november 2025

Tijdelijk graf


Het is de trots van je tuin, deze machtige plant. De Gunnera. Met z'n weerbarstige bladeren, groot als parasols, z'n stekelige stengels en z'n bloemaren als knuppels. Maar één lullig Hollands nachtvorstje en hij heeft het gehad. Slap als een vaatdoek. Dus net iets te laat heb ik gedaan wat ik elk jaar net iets te laat doe, wat elk jaar net iets eerder gedaan moet worden: alle bladeren afknippen en de kluiten er liefdevol mee afdekken ter bescherming tegen eventueel nog komende lullige nachtvorstjes en erger winters ongemak. Zodat ie volgend jaar weer de ongenaakbare gigant kan uithangen. Ik hou van m. En dit graf, al is het een tijdelijk graf, stemt mij een tikje verdrietig. Weer een jaar voorbij. Gelukkig vliegt er dan een wulp over, zo goed als rakelings over me heen. Het karakteristiek silhouet met de naar beneden gekromde snavel (de wulp wijst naar zijn gulp) duidelijk herkenbaar afgetekend tegen de oprukkende winterschemer. Dit beeld, en de heldere, wat melancholieke roep maakt alles weer goed. Of, nou ja.. alles.. veel toch in elk geval.

18 november 2025

Kolven, aren, bloemen


Wie ik natuurlijk niet mag vergeten te vermelden, als het gaat om stugge herfst of geen herfst doorbloeiers, is de Gunnera. Eén van mijn lievelings, invasieve exoot of niet. Dat ie invasief is heeft ie trouwens dit seizoen bewezen, want op twee plekken in de tuin zijn spontaan gezonde nakomelingen opgedoken.
Maar goed, de bloemen. Je zou kunnen zeggen dat de Gunnera bescheiden bloeit, als het niet ook van die enorme kolven waren, in enorme hoeveelheden bovendien. Die zich dan weer wel angstvallig verschuilen onder het indrukwekkend bladerdak. Dat deze dagen naar de winter toe langzaamaan ineenstort en zijn verborgen schatten blootgeeft.
Prehistorische schoonheid, als je het mij vraagt. Robuuste, weerbarstige kolven, aren, bloemen, hoe moet je het noemen. Net aan met twee handen te omvatten, een halve meter hoog als het moet. Zo hard dat je er iemand mee knock out zou kunnen slaan, als je daarvoor in de stemming zou zijn. En dan toch weer van die piepkleine rode balletjes in de stekelige spelonken. Wat zouden het zijn? Zaden? De eigenlijke bloemen? Ik weet het niet. Van horen zeggen schijn je er kleurstof van te kunnen maken, vandaar de volledige naam Gunnera Tinctoria wellicht. Hoe dat in zijn werk zou moeten gaan, heb ik tot nog toe nergens kunnen vinden. Maar dat wil niet zeggen dat het niet waar is.

11 november 2025

Boodschap


Herfst of niet, er zijn altijd volhouders die daar net als ik niet aan willen. Die hun kop in de wind gooien en onverdroten door blijven bloeien. Eerder noemde ik al de cichorei, die tot op de dag van vandaag iedere dag nieuwe bloemen tevoorschijn tovert van het teerste lila, alsof het nog volop lente is, alsof de zomer net is begonnen. Maar er zijn er meer die er zo over denken. De paardenbloem, bijvoorbeeld. De teunisbloem, onvermoeibaar. Het oranje havikskruid duikt overal op. Zelfs de braam kan er geen genoeg van krijgen. En zo zijn er verschillende plekjes op de tuin waar tussen het grote sterven en het donkerbruin verval de boodschap valt te lezen dat het straks allemaal weer goed komt. 

07 november 2025

De boompjes doen hun best


Het is herfst op de tuin. Dat zal niemand verbazen, het is herfst in heel het land en ver daarbuiten. Ik was er niet veel, de afgelopen weken, op de tuin. Omdat ook het weer zich nogal herfstachtig gedroeg. Met wind en regen en donker chagrijn. Reden waarom ik niet per se een liefhebber van de herfst ben. Toch heeft de herfst natuurlijk ook wel zijn charme. Ja hoor. Als de zon er maar een beetje op staat. En dan mag het van mij best een herfstzonnetje zijn. Dan is het verval best aan te zien. Dan kan ik daar de schoonheid zeker wel van inzien. Uitgebloeide staketsels van kaardenbol, groot koeienoog, boerenwormkruid, zuring.. ze leveren een schilderachtig beeld op. En de boompjes doen ook hun best, met de herfstkleuren. Ik zie het allemaal, en ik waardeer het, accepteer het als onvermijdelijk onderdeel van de cyclus des levens.. toch bezie ik het ook met het oog der verwachting. Hoe alles straks weer tot leven komt. Het duurt nog even. Maar tot die tijd maken we er het beste van.

05 november 2025

Dom geluk


Koperwieken, las ik, broeden niet in Nederland. En geef ze eens ongelijk. Dat doen ze in Scandinavië, of nog noordelijker. Overwinteren doen ze dan weer in zuidelijker streken, Frankrijk, Spanje, Italië.. tot aan Syrië aan toe. Alleen deze herfstige maanden zijn ze even hier. Op doorreis. Als tussenstop, om zich even vol te vreten aan appels, peren en bessen. Voor de rest van de tocht. Alle reden dus om zodra ik op de tuin ben de kijker te pakken en naar de appelboom in het bosje verderop te sluipen, waar ik ze kortgeleden aantrof. Nu zijn ze er nog tenslotte.
Lang hoef ik niet te wachten, daar daalt een wolk vogels fladderend de boom in. Na enig gestuntel heb ik ze in de kijker. Duidelijk zie ik de oranje vegen onder de vleugels waar ze hun naam aan te danken hebben. Maar hé.. ik zie er ook die dat niet hebben. Ik zie er ook die wat groter lijken, die wat anders getekend zijn. Verstand heb ik er niet van, maar dit lijken me dan dus geen koperwieken.
Waar ik het vandaan haal weet ik niet, niet uit de boom der kennis in elk geval, maar ergens uit de doos klok en klepel en aanverwanten meldt zich de naam Kramsvogel. Zouden dit kramsvogels zijn? Een uur geleden had ik geen adequate beschrijving van de kramsvogel kunnen geven, zelfs niet bij benadering, nu weet ik op niks af bijna zeker dat het zo is. En dan is het fijn dat je het wereldwijde web op zak hebt. Binnen een minuut weet ik dat ik gelijk heb. Dom geluk natuurlijk, en niks om trots op te zijn, maar ik ben het toch. 

30 oktober 2025

Koperwiek

 
Eerst dacht ik dat het spreeuwen waren, die daar zo fanatiek aan het hakken waren. Af en aan vlogen naar de appelbomen die een eindje verderop in het bosje staan. Appelbomen vol appels die blijkbaar van niemand zijn. Die niet geplukt worden. Die niemand wil hebben. Niemand behalve de spreeuwen dus. Tenminste, ik dacht dat het spreeuwen waren. Ik besteedde er verder geen aandacht aan. Onterecht natuurlijk want spreeuwen zijn geweldige vogels. Alleen dat magische zwermen al. Maar ook dat brutale, tikkeltje ordinaire dat om ze heen hangt. En dat schitterende verenkleed, waarvan je pas bij nadere beschouwing ziet hoe subtiel het gekleurd is.
Maar goed, ik had nu even geen tijd voor nadere beschouwing, ik was ergens mee bezig, al weet ik nu niet meer wat. Tot ik een geluidje hoorde dat mij niet bekend voor kwam. Een geluidje dat ik niet met de spreeuw associeerde, al zijn spreeuwen, weet ik, geweldige imitators.
Ik haalde de Merlin bird app erbij want op zijn minst wilde ik dan wel eens weten wie hier dan geïmiteerd zou worden. Koperwiek, was het antwoord. En kijk, daar haal ik mijn kijkertje wel voor tevoorschijn. Koperwieken, herinnerde ik me, had ik enkele jaren geleden nog eens geheel op eigen kracht weten te herkennen, een wapenfeit waar ik toen nogal content mee was.
Met mijn kijkertje sloop ik naar het bosje met de appelbomen en na een tijdje had ik er inderdaad één in beeld. Schitterend. Hij leek nieuwsgierig terug te kijken voordat hij zich weer op de appels stortte. Het leverde me een opgetogen gevoel op dat de gehele fietstocht door de striemende regen tegen de opkomende storm terug naar huis stand hield. 

23 oktober 2025

Gemengde gevoelens


Moet je hier nou wel of niet blij mee zijn, met je insectenvriendelijke tuin? Met je laat de natuur z'n gang maar gaan instelling? Met je heilig vertrouwen in Moeder Natuur, wiens wegen weliswaar ondoorgrondelijk zijn maar die schijnt te weten wat ze doet? Laten we het op gemengde gevoelens houden. Het ziet er prachtig uit, zonder enige twijfel, maar het zijn dus wel slakkeneitjes. De slakken van morgen. De aangevreten oogst van volgend seizoen. En het seizoen daarna. En de seizoenen daarna, want een slak wordt zo vijftien jaar, is eeuwig trouw aan zijn geboortegrond en legt soms wel zes keer per jaar tot tweehonderd eieren, is het gewogen gemiddelde van wat ik zo hier en daar lees. Dus ja, nee, ik sta niet te juichen bij deze vondst. Aan de andere kant, de slakken van morgen zijn ook weer het voedsel voor de egels, de vogels, de muizen en de padden van morgen. Sommige paddestoelen eten slakken, lees ik, net als schimmels, vraag me niet hoe dat in zijn werk gaat. Loopkevers en duizendpoten jagen op slakken. Hagedissen, kikkers, hazelwormen en ringslangen eten ze. En de eitjes zelf zijn vast ook een traktatie, voor deze of gene. Ik heb eenden er wel eens op los zien gaan tenminste. Dus ja, nee, ik raak er ook weer niet meteen van in de moordlustige stress, van deze vondst. Al is het moeilijk principieel te blijven, in dit geval, en vraag ik me wel een beetje opstandig af waarom er nog zó veel rondglijden, met al die veronderstelde liefhebbers op de kust. Laten we het inderdaad maar op gemengde gevoelens houden.

20 oktober 2025

Zo van het penseel gevallen


Gut, wat zou dit nou toch weer zijn, dacht ik bij het zien van deze fraai gekleurde stippen op het blad van de paardenbloem. Als druppels aquarelverf, karmijnrood, zo van het penseel gevallen. Naar de rand toe vervagend, uitgelopen op het helder groen papier van het paardenbloemblad. Vanwege de herfst en het vochtige weer dacht ik in eerste instantie aan de een of andere schimmel. Of een soort roest, wat dan trouwens ook weer een schimmel is, lees ik net. Maar nee, blijkt uit nader onderzoek, dit is het werk van de paardenbloemvlekgalmug. Die heeft hier haar eitjes gelegd, en veroorzaakt daarmee die artistieke vlekken.
Klinkt vervelend, een galmug. Je begint al te krabben als je het woord hoort. Het valt echter mee. Sterker nog, het is eigenlijk wel goed nieuws. De larven van de galmug eten namelijk bladluizen. En veel ook. De galmug, lees ik, wordt wel ingezet als biologische bestrijder van bladluis in de tuinbouw. Je kunt ze kopen, op internet. Ik krijg ze gratis, van de natuur. En zo blijkt opnieuw hoe nuttig de vaak verguisde paardenbloem is.
Ik zocht dan nog een plaatje van de volwassen paardenbloemvlekgalmug, maar dat was vreemd genoeg op gans het wereldwijde web niet te vinden. Wel bleek dat er vele, vele soorten galmuggen zijn. Perenbladgalmug, brandnetelbladgalmug, melkdistelpokgalmug, rozenbladgalmug, wilgentopgalmug, geoorde wilgbladgalmug.. kortom, een beetje plant kan niet zonder zijn eigen galmug.

18 oktober 2025

Optimist


Waar ie het vandaan haalt weet ik niet, maar we kunnen misschien een voorbeeld nemen aan de cichorei. Wat een optimist. Wat een doorzetter. Begonnen als groenlof, bij de ambitieuze start van wat toen toen nog een moestuin moest worden, maar wegens verregaande oneetbaarheid verwilderd in wat inmiddels de wat wildere tuin kan worden genoemd. Trekt zich niets aan van de herfst. Waar andere planten gelaten hun blad laten vallen, mistroostig de boel laten verdorren, levert de cichorei nog altijd onvermoeibaar elke dag, weer of geen weer, een handvol nieuwe bloemen. 

13 oktober 2025

Wonderlijk


Nog even over die zwartgerande tuinslak waarover ik een paar dagen geleden schreef. Die een lange reis langs de scherp gedoornde stengel van de kaardenbol had ondernomen, om daar niets anders te vinden dan dorre bladeren, dode bloemen en nog meer stekels. Ik had daarover mijn berichtje geschreven en was die avond tevreden naar bed gegaan. Voor het inslapen las ik nog een stukje in het boek van Renze Borkent, waarvoor ik in de rechterkolom ook reclame maak, Kleine Natuur geheten. En verdomd als het niet waar is, ik was gebleven op bladzijde 151 onderaan, dus daar ga ik verder en dan lees ik binnen een paar zinnen het volgende: 'Ondertussen kruipt een zwartgerande tuinslak over de stengel van de kaardenbol die is voorzien van forse stekels. Dat lijkt me als weekdier zijnde een vrij onmogelijke ondergrond, maar blijkbaar kan het.' Ik noemde het in mijn rechterkolom al een herkenbaar boekje, dus dat was zeker niet overdreven. De schoonheid van het universum. Twee zwartgerande tuinslakken met dezelfde missie. Twee mannen die dat zien. En zich verwonderen.

[Als u geen rechterkolom ziet, op uw telefoon, schakel dan over op de internetversie, helemaal onderaan het scherm van de telefoon.]

Handjevol hoop


Met de appels en de peren, de bramen en de tomaten mag het een beetje gedaan zijn inmiddels, ook in de herfst valt er nog te oogsten. Zaad, namelijk. Ik vertelde al van mijn zinken emmertje vol openspringende lathyruspeulen, ook andere planten laten zich gemakkelijk van hun zaad beroven. Logisch natuurlijk, het is de hele reden van hun bestaan, het voortbestaan van de soort. Van de week scoorde ik een handjevol kaasjeskruid, ook wel malva geheten, en verspreidde dat door de tuin. Niet dat de plant dat zelf niet zou kunnen, maar het is toch leuk om het idee te hebben dat je de gang van zaken een beetje beïnvloedt. Nu is dus de hoop dat volgend jaar her en der het dankbaar kaasjeskruid staat te bloeien.

11 oktober 2025

Onverrichter zake


Tja. De zwartgerande tuinslak. Daar zit ie dan. Wat bezielt zo'n beest, vraag je je af. Met welk idee begint hij aan zo'n reis? Het kan niet comfortabel zijn, met je zachte, slijmerige buik over die scherpe doornen van de kaardebol naar boven. Waarom besluit hij toch door te zetten? Dwars door de paincave. Waarom klimt hij door tot meer dan een meter hoogte? Ondanks de pijn. Waarom keert hij niet om, na de eerste drie doornen? Wat ik zou doen. Waarom denkt hij niet: bekijk het maar, ik zoek wel een andere stengel. Wat ik zou doen. Verwacht hij één of andere beloning, als hij eenmaal boven is? Een beloning voor het afzien. Voor zijn zelfkastijding. Is hij dan trots? Dat hij het toch maar geflikt heeft. Of is hij teleurgesteld dat hij boven niets anders aantreft dan dorre bladeren en dode bloemen? Waar trouwens ook weer stekels aanzitten. Is hij dan verongelijkt? Of boos? Heeft ie dan de pest in dat hij dat hele eind weer terug naar beneden moet, langs dezelfde doornen? Onverrichter zake. Dat niemand hem dat even gezegd heeft, van tevoren.

10 oktober 2025

Het wrede lot


Ja kijk, ik probeer er dan een insectenvriendelijke tuin op na te houden, voor wat het waard is, dus alles wat rondvliegt en zoemt, kruipt en fladdert is van harte welkom om te gaan en te staan waar het wil. Ik ben niet te beroerd om onder een spinneweb door te kruipen, een hommel uit het water te redden, even te wachten tot een bij is uitgegeten, rupsen vrij baan te geven of een vlieg uit een web te bevrijden. Hoewel dat laatste alweer een dilemma kan zijn omdat je de spin dan van het zelf bij elkaar gescharrelde maaltje berooft. Maar goed. Vandaag stond ik dan toch met de handen in het haar te schuilen voor de regen, in mijn orangerie van scharrelhout. Een flinke wesp, die blijkbaar ook onderdak had gezocht, had zich tussen de golfplaten van het dak weten te wurmen. Daar zat hij, droog maar benauwd. Bekneld. Het was duidelijk dat hij zijn kont niet meer kon keren. Dat hij hier niet meer uit ging komen. En ik zag geen mogelijkheid hem te helpen, zonder mijn dak kapot te maken. Dat ging mij te ver. En ik weet wel dat alle wespen voorbestemd zijn deze dagen te sterven, deze ook, toch zat het me eenmaal weer thuis nog steeds niet lekker dat ik hem aan zijn wrede lot had overgelaten.